Geschiedenis
Toen de Openbare Bibliotheek in 1974 werd opgericht, was er op bibliotheekgebied al heel wat werk verzet. In 1955 nam mevrouw Van der Zee, zelf moeder van zeven kinderen, het initiatief om kinderen in twee leeftijdsgroepen één keer in de week bij haar thuis voor te lezen. Daarvoor moest een luisterbijdrage van een cent worden betaald. “Centjes kunnen groeien”, aldus mevrouw Van der Zee en na een half jaar was er genoeg geld bij elkaar gesprokkeld om voor beide groepen een boek te kopen, dat bij loting telkens een week aan een van de kinderen werd uitgeleend. Het boekenbezit breidde zich gestaag uit, in niet geringe mate door een verrassende bijdrage van twee koffers vol afgeschreven boeken van het “Nut”, geschonken door een vriendin van mevrouw Van der Zee. De tijd was gekomen om naar een eigen onderkomen uit te zien voor de bieb. Dit werd gevonden in de oude school op de hoek van de Schoolstraat en de Geeresteinselaan, het gebouw waar tegenwoordig de Oudheidkamer van “Oud Woudenberg” is gehuisvest. Mevrouw Van der Zee was inmiddels verhuisd uit Woudenberg, mevrouw Holzheimer had haar werk overgenomen.
De behoefte om tot samenwerking te komen met de Maatschappij tot Nut van het Algemeen groeide en daartoe werd daarmee contact opgenomen. Het “Nut” stelde dat als er een bedrag van f 600,- op tafel zou komen, zij dit zouden verdubbelen. Met het totaalbedrag zou de nieuwe bibliotheek goed van start kunnen gaan. Er werd een grote bazaar georganiseerd waar met man en macht aan gewerkt werd. Vooral de kinderen zetten zich geweldig in; ze maakten zelf allerlei kadootjes en bakten koekjes. Sommigen traden op in een volksdansgroepje onder leiding van mevrouw Van Oyen en zestien lezertjes studeerden met hulp van mevrouw Geyskes een toneelstukje in. Al met al bracht de bazaar f 300,- op en het ontbrekende geld werd door Douwe Egberts en het Anjerfonds aangevuld. Het “Nut” deed er de toegezegde f 600,- bij en de jeugdbieb kon in zijn nieuwe jasje van start gaan.
Het ledental en de boekencollectie groeiden gestaag en allengs werd ook de ruimte in de oude school te klein. Het pas opgeleverde Verenigingsgebouw bood gelukkig onderdak en even had men wat meer lucht, maar het inwonertal van Woudenberg groeide explosief en daarmee de behoefte aan een bibliotheek voor volwassenen. Dit resulteerde in 1968 in een uitleenpost van de Centrale Vereniging voor Reizende Bibliotheken, geleid door mevrouw Knook. In 1973 bleek deze voorziening toch niet toereikend. De noodklok werd geluid; de behoefte aan een bibliotheek met meer ruimte en meer financiële armslag was overduidelijk.
De dames Beekman en Bergström
Na ruggespraak met de Provinciale Bibliotheek Centrale togen de voortvarende dames Beekman en Bergström naar het gemeentebestuur. Op basis van de gegevens door de PBC verstrekt, deden B&W aan de gemeenteraad het voorstel medewerking te verlenen aan de stichting van een openbare bibliotheek. In haar vergadering van 8 mei 1973 stemde de raad hier in toe. Aan de bovengenoemde dames werd meegedeeld dat de gemeente het beheer over deze bibliotheek in handen wilde zien van een vereniging. Alle lezers werden uitgenodigd de oprichtingsvergadering bij te wonen op 21 juni 1973. Erg groot was de belangstelling niet: er waren slechts veertien aanwezigen. De lezers hadden zich blijkbaar teruggetrokken met een boekske in een hoekske, maar met algemene stemmen werd het voorstel aangenomen om een vereniging op te richten en deze de naam te geven van Gemeenschappelijke Openbare Bibliotheek Woudenberg. Een lang gekoesterde wens, voorafgegaan door veel vrijwilligerswerk op bibliotheekgebied, ging in vervulling.
|